Wil je minder gaan werken en weten wat dat betekent voor je salaris? Je ontdekt hoe je van uurloon en parttimepercentage naar bruto-netto rekent, wat belastingen, heffingskortingen/RSZ, toeslagen, reiskosten, 8% vakantiegeld, pensioen en minimumuurloon doen, en waarom het effect niet één-op-één met je uren is. Met heldere stappen en voorbeelden (NL & BE) bereken je snel je maand- én jaarplaatje, zodat je zonder verrassingen kunt kiezen.

Waarom minder werken invloed heeft op je salaris
Minder uren werken raakt je salaris op meerdere fronten tegelijk. Het effect gaat verder dan ‘minder uren = minder loon’ en werkt door in toeslagen en belastingen.
- Uurloon, parttimepercentage en salarisschaal: je bruto maandloon schaalt meestal mee met je parttimepercentage (uurloon × contracturen t.o.v. fulltime volgens je CAO). Je salarisschaal en periodieken blijven gelijk, maar het uitbetaalde bedrag wordt pro rata lager.
- Toeslagen en vergoedingen die meebewegen: onregelmatigheidstoeslag, ploegentoeslag en overwerk nemen af als je minder (of andere) uren draait. Ook reiskostenvergoedingen op basis van werkdagen of kilometers kunnen dalen wanneer je minder vaak reist.
- Belastingen en heffingskortingen die je netto beïnvloeden: je netto daalt niet één-op-één met je bruto. In Nederland bewegen loonheffingen en heffingskortingen (zoals de arbeidskorting) mee met je inkomen; in België geldt iets vergelijkbaars via RSZ en bedrijfsvoorheffing. Daardoor kan de netto-daling relatief milder of juist sterker uitpakken.
Kortom: minder uren heeft impact op je bruto, toeslagen én belastingdruk, waardoor je netto anders kan uitvallen dan je verwacht. In de volgende sectie rekenen we dit stap voor stap door.
Uurloon, parttimepercentage en salarisschaal
Je uurloon is de basis van elke berekening: het is wat je per gewerkt uur verdient en wordt vaak afgeleid van je maandsalaris gedeeld door het aantal fulltime uren per maand (bij 40 uur is dat meestal 173,33; bij 36 uur ongeveer 156). Je parttimepercentage bepaalt vervolgens je brutoloon: aantal contracturen gedeeld door de fulltime norm in je cao. Werk je 24 uur in een cao met 36 uur als norm, dan verdien je 24/36 = 66,7% van het fulltime salaris.
Je salarisschaal (en trede) legt vast welk basisloon bij jouw functie en ervaring hoort; minder uren verandert de schaal niet, alleen de omvang van je loon. Let wel op het wettelijk minimumuurloon: ook parttime moet je uurloon daarboven blijven. Netto kan het effect iets afwijken door belastingen en premies.
Toeslagen en vergoedingen die meebewegen (onregelmatigheid, ploegentoeslag, reiskosten)
Als je minder gaat werken, bewegen toeslagen en vergoedingen meestal mee met je nieuwe rooster. Onregelmatigheidstoeslag en ploegentoeslag worden vaak per uur en als percentage van je basisloon berekend, gekoppeld aan avonden, nachten of weekenduren. Werk je minder van die uren of stap je over naar meer dagdiensten, dan daalt je toeslag direct, soms zelfs sterker dan je aantal uren. Overwerk- en bereikbaarheidsvergoedingen nemen doorgaans ook af als je minder beschikbaar bent.
Reiskosten veranderen afhankelijk van hoe je werkgever dit regelt: bij een vergoeding per dag of per kilometer krijg je minder als je minder vaak reist, terwijl een vaste maandvergoeding of OV-abonnement soms pro rata wordt aangepast. Check je cao of arbeidsovereenkomst, want definities en berekeningsmethodes verschillen per sector.
Belastingen en heffingskortingen die je netto beïnvloeden
Als je minder gaat werken, daalt je belastbare loon en schuif je mogelijk naar een lagere belastingschijf, maar je netto verandert niet één-op-één met je uren. In Nederland betaal je loonbelasting/premie volksverzekeringen over je loon en werken heffingskortingen mee. De arbeidskorting is inkomensafhankelijk: bij minder arbeidsinkomen kan die lager uitvallen, terwijl de algemene heffingskorting juist relatief zwaarder kan wegen. Pas de loonheffingskorting altijd maar bij één werkgever toe om naheffingen te voorkomen.
In België dalen je RSZ-bijdragen en je bedrijfsvoorheffing mee met je lagere brutoloon, en bij lagere lonen kan de werkbonus een voordeel geven. Omdat kortingen, schijven en premies elkaar kruisen, is het netto-effect vaak niet lineair: soms valt je netto gunstiger uit dan je urenpercentage, soms juist minder gunstig. Controleer daarom je nieuwe maandbedrag met een actuele bruto-netto berekening.
[TIP] Tip: Gebruik de parttimefactor: fulltime salaris maal nieuwe uren gedeeld door fulltime uren.

Salaris berekenen bij minder uren: stappenplan
Met dit stappenplan bereken je snel wat minder uren doen met je salaris. Pak je cao of contract erbij en doorloop de drie stappen.
- Inventariseer de basis: bepaal de fulltime norm (bijv. 36/38/40 uur) en je salarisschaal/trede, bereken je uurloon (bruto maandsalaris gedeeld door maanduren bij de norm) en je parttimepercentage (nieuwe contracturen ÷ norm); pas dat percentage toe op je schaalmaandloon en corrigeer toeslagen/vergoedingen: onregelmatigheid en ploegentoeslag op basis van uren met toeslag, reiskosten en vaste vergoedingen pro rata als je regeling dat voorschrijft.
- Werk een concreet voorbeeld uit: van 36 naar 28 uur = 28/36 = 77,78%; nieuw bruto maandloon 77,78% van je schaalmaandloon, toeslaguren berekenen met uurloon × toeslagpercentage (meestal eveneens 77,78% als ze evenredig meelopen) en controleer of vaste vergoedingen evenredig dalen of gelijk blijven volgens de cao.
- Rond af van bruto naar netto en check neveneffecten: NL-loonbelasting/premies en heffingskortingen (algemene en arbeidskorting); BE-RSZ en bedrijfsvoorheffing; houd rekening met vakantiegeld (NL 8%/BE enkel en dubbel), lagere pensioenopbouw bij minder uren, pro rata verlofopbouw en een toets aan het minimumuurloon.
Maak desnoods een simpele spreadsheet of gebruik een bruto-netto rekentool voor jouw land. Zo krijg je snel een realistisch nettobedrag en zie je meteen de impact op je arbeidsvoorwaarden.
Bruto-naar-netto berekening op basis van uren en CAO
Je bruto-naar-netto start bij de fulltime norm in je cao (bijv. 36, 38 of 40 uur). Reken je parttimepercentage uit door je contracturen te delen door die norm en pas dat toe op het schaalmaandloon uit je cao; zo krijg je je nieuwe bruto. Daarna ga je naar netto: in Nederland wordt via de loonheffingstabel loonbelasting en premies volksverzekeringen ingehouden en worden heffingskortingen (algemeen en arbeidskorting) toegepast.
In België trek je eerst RSZ-bijdragen af en daarna de bedrijfsvoorheffing; bij lagere lonen kan de werkbonus meetellen. Pensioenpremies van de werknemer en cao-afspraken over vaste of variabele toeslagen beïnvloeden het netto verder. Pas de loonheffingskorting maar bij één werkgever toe en check altijd zowel een maand- als jaarberekening, omdat schijven en kortingen over het jaar worden bepaald.
Voorbeeld: van 36 naar 28 uur
Stel: je werkt 36 uur met een bruto maandsalaris van 3.000 volgens je salarisschaal. Ga je naar 28 uur, dan is je parttimepercentage 28/36 = 77,8%. Je nieuwe bruto zonder toeslagen wordt dan ongeveer 2.334. Had je gemiddeld 150 onregelmatigheidstoeslag bij 36 uur en draai je na je roosterwijziging minder avonden, dan kan die toeslag terugvallen naar bijvoorbeeld 60; je totale bruto komt dan rond 2.
394 uit. Netto daalt je inkomen niet exact in dezelfde mate: door loonbelasting, premies en heffingskortingen kan het iets gunstiger of juist minder gunstig uitpakken. Maak daarom ook een jaarberekening om schijfeffecten te zien.
Neveneffecten: vakantiegeld, pensioenopbouw, verlof en minimumuurloon
Als je minder gaat werken, bewegen veel secundaire voorwaarden automatisch mee. Vakantiegeld wordt meestal pro rata berekend: in Nederland 8% over je lagere brutoloon, in België enkel en dubbel vakantiegeld op basis van je verdiende loon en gewerkte dagen; stap je midden in het jaar over, dan zie je dat terug in het uitbetaalde bedrag. Je pensioenopbouw daalt omdat je pensioengrondslag kleiner wordt: in een beschikbare premieregeling is de inleg lager, in een middelloonregeling zakt je jaarlijkse opbouw.
Verlof bouw je naar rato van je contracturen op; in Nederland minimaal vier keer je wekelijkse uren, in België tellen je prestaties van het vorige jaar mee voor je rechten dit jaar. Let tot slot op het minimumuurloon: je uurloon mag nooit onder de wettelijke grens zakken, ook niet bij parttime.
[TIP] Tip: Bereken uurloon: brutomaandloon/contracturen; vermenigvuldig met daadwerkelijk gewerkte uren.

Praktische scenario’s
In de praktijk spelen vaak een paar herkenbare situaties. Ga je van fulltime naar parttime, bijvoorbeeld van 40 naar 32 of 24 uur, dan daalt je bruto meestal evenredig met je uren, maar je netto volgt niet exact door belastingschijven, premies en heffingskortingen. Werk je onregelmatig en schuif je naar meer dagdiensten, dan verlies je mogelijk onregelmatigheidstoeslag of ploegentoeslag, waardoor je totale inkomen sterker kan dalen dan je urenpercentage. Bij min/max-contracten of variabele roosters reken je met je gegarandeerde uren voor je vaste bruto, en voeg je toeslag- of extra uren apart toe; let op dat overwerk anders belast kan worden en toeslagpercentages per cao verschillen.
Reis je minder dagen, dan zakt een kilometer- of dagvergoeding mee, terwijl een vaste maandvergoeding vaak pro rata wordt bijgesteld. Draai je juist meer uren, tijdelijk of structureel, dan groeit je bruto sneller dan je netto door hogere schijven en soms lagere kortingen; maak daarom altijd een maand- én jaarberekening per scenario.
Van fulltime naar parttime (BIJV. 40 -> 32 of 24 uur)
Ga je van 40 naar 32 uur, dan werk je 80% en daalt je bruto salaris meestal evenredig; bij 24 uur is dat 60%. Je salarisschaal en trede blijven gelijk, alleen het aantal betaald uren verandert. Netto loopt niet exact mee, omdat loonbelasting, premies en heffingskortingen je uitkomst beïnvloeden; de arbeidskorting en algemene heffingskorting verschuiven met je inkomen. Toeslagen zoals onregelmatigheid of ploegendienst kunnen dalen als je minder avonden of nachten draait.
Reiskosten passen vaak mee aan, afhankelijk van een dag- of vaste maandvergoeding. Vakantiegeld, 13e maand en eindejaarspremie worden meestal pro rata berekend, net als je pensioenopbouw en verlof. Let ook op het minimumuurloon: je uurloon mag daar niet onder duiken.
Onregelmatige roosters en MIN/MAX-contracten: overwerk en toeslagen
Bij een min/max-contract heb je een gegarandeerd minimum aan uren en kun je worden ingepland tot je maximum; uren boven je minimum zijn meestal meeruren en worden betaald tegen je normale uurloon, terwijl uren boven de fulltime norm vaak als overwerk tellen met een toeslag volgens je cao. Werk je onregelmatig, dan krijg je toeslagen voor avonden, nachten en weekenden; draai je minder van die diensten, dan vallen die toeslagen lager uit dan je urenpercentage alleen zou doen vermoeden.
Ook bereikbaarheids- of consignatiediensten en oproeptijden kunnen extra vergoed worden. Afhankelijk van je cao kun je overwerk laten uitbetalen of omzetten in tijd-voor-tijd. Omdat percentages en drempels per sector verschillen, reken je toeslaguren apart mee en check je altijd de exacte cao-regels.
Salaris berekenen bij meer uren (tijdelijk of structureel)
Meer uren betekent eerst je parttimepercentage herrekenen: deel je nieuwe contracturen door de fulltime norm uit je cao en vermenigvuldig dat met je schaalmaandloon voor je nieuwe bruto. Bij tijdelijk meer uren tel je extra uren boven je contract apart op; tot de fulltime norm zijn het meestal meeruren tegen je reguliere uurloon, daarboven vaak overwerk met toeslag volgens je cao. Netto groeit je inkomen niet één-op-één mee: in Nederland veranderen loonbelasting, premies en heffingskortingen mee en kunnen overwerkuitbetalingen onder het bijzondere tarief vallen dat later via de jaarafrekening wordt rechtgetrokken; in België spelen RSZ, bedrijfsvoorheffing en eventueel werkbonus.
Draai je meer avonden of nachten, dan stijgen toeslagen mee. Maak daarom altijd een maand- én jaarberekening om schijfeffecten te zien.
[TIP] Tip: Bereken pro rata: nieuwe uren gedeeld door fulltime uren keer brutosalaris.

Regels en aandachtspunten per land
Onderstaande tabel vergelijkt de belangrijkste regels en payroll-aandachtspunten in Nederland en België wanneer je minder gaat werken, zodat je het netto-effect beter kunt inschatten.
| Onderwerp | Nederland | België | Impact bij minder uren |
|---|---|---|---|
| Minimum(uur)loon en barema’s | Wettelijk minimumuurloon; bij deeltijd hetzelfde uurloon, lager maandloon naar rato; cao-schaal per uur. | GMMI en sectorbarema’s (paritaire comités); uur- of maandloon volgens barema; deeltijd pro rata. | Minder uren = lager maandloon; controleer of uurloon boven minimum/barema blijft. |
| Vakantiegeld | Minimaal 8% van het brutoloon; meestal uitbetaald in mei/juni. | Wettelijk enkel + dubbel vakantiegeld; arbeiders via vakantiekas; berekend op het refertejaar. | Bedrag daalt pro rata; in België werkt de vermindering vaak pas volledig door in het volgende vakantiedienstjaar. |
| 13e maand | Niet wettelijk verplicht; alleen als cao/contract dit voorziet; pro rata bij deeltijd. | Vaak voorzien via sector- of bedrijfs-CAO (kerst-/jaarpremie); pro rata en onder voorwaarden. | Deeltijd verlaagt het absolute uitkeringsbedrag; check voorwaarden en referteperiode. |
| Belastingen en kortingen | Loonheffing (inkomstenbelasting + premies volksverzekeringen); algemene heffingskorting en arbeidskorting afhankelijk van jaarinkomen; toepassen bij één werkgever. | Bedrijfsvoorheffing; belastingvrije som en kredieten; mogelijke werkbonus bij lagere lonen. | Lager jaarinkomen wijzigt kortingen/kredieten; netto-effect wijkt vaak af van simpel uren × uurloon. |
| Sociale bijdragen en pensioen | Premies via loonheffing; pensioenopbouw volgens regeling en pensioengrondslag (franchise); deeltijd = minder opbouw. | RSZ-werknemersbijdrage doorgaans 13,07% op brutoloon; aanvullend pensioen (2e pijler) vaak percentage van loon. | Netto daalt door bijdragen; let op lagere pensioenopbouw en eventuele drempels bij zeer kleine deeltijd. |
Kern: in Nederland sturen minimumuurloon, 8% vakantiegeld en loonheffingskortingen het resultaat; in België bepalen barema’s, RSZ en vakantiegeld/13e maand veel, steeds pro rata bij minder uren.
In Nederland reken je bij minder uren altijd pro rata met de fulltime norm uit je cao, let je op het wettelijk minimumuurloon (geldig per uur, ook bij parttime) en telt vakantiegeld meestal als 8% over je lagere brutoloon mee. Je netto wordt bepaald via loonbelasting en premies, met heffingskortingen die inkomensafhankelijk zijn; pas de loonheffingskorting maar bij één werkgever toe om naheffing te voorkomen. Toeslagen zoals onregelmatigheid en ploegendienst volgen je nieuwe rooster en kunnen sterker dalen dan je uren. In België verloopt de berekening via RSZ-bijdragen en bedrijfsvoorheffing, met sectorbarema’s per paritair comité die je basisloon en toeslagen sturen.
Je krijgt enkel en dubbel vakantiegeld op basis van je verdiende loon; een 13e maand of eindejaarspremie is vaak sectoraal geregeld en wordt doorgaans pro rata aangepast als je minder werkt. Bij lagere lonen kan de werkbonus je netto ondersteunen. In beide landen bewegen pensioenopbouw, verlof en reiskosten mee met je contracturen en de afspraken in je cao of sectorregeling. Maak naast een maandberekening altijd een jaarvergelijking, zodat je effecten van schijven, kortingen en eenmalige uitkeringen ziet, en baseer je uiteindelijke keuze op wat dit concreet doet voor je netto én je arbeidsvoorwaarden.
Nederland: minimumuurloon, 8% vakantiegeld, loonheffingskorting
In Nederland geldt een wettelijk minimumuurloon: je werkgever moet je per gewerkt uur minstens dit bedrag betalen, ongeacht je contracturen; je cao kan een hoger minimum voorschrijven. Ga je minder werken, dan blijft je uurloon minstens op dat niveau en daalt je maandloon pro rata. Vakantiegeld is meestal 8% van je bruto loon en wordt doorgaans in mei/juni uitgekeerd; bij minder uren wordt dit automatisch naar rato van je lagere brutoloon berekend.
Voor je netto speelt de loonheffingskorting een grote rol. Je laat die korting maar bij één werkgever toepassen en de hoogte is inkomensafhankelijk (algemene heffingskorting en arbeidskorting), waardoor je netto niet exact evenredig meebeweegt met je uren.
België: barema’s, RSZ, vakantiegeld en 13e maand
In België bepaalt je sector vaak via barema’s (loonschalen per paritair comité) welk basisloon bij je functie en anciënniteit hoort; minder uren betekent dat je dit baremaloon pro rata krijgt. Op je bruto houdt je werkgever RSZ in (Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, de werknemersbijdrage voor sociale zekerheid) en bedrijfsvoorheffing als voorschot op de personenbelasting, waardoor je netto niet exact evenredig met je uren daalt.
Vakantiegeld bestaat uit enkel én dubbel vakantiegeld: als bediende betaalt je werkgever dit, als arbeider gebeurt het via het vakantiefonds; bij parttime wordt alles naar rato berekend. Een 13e maand of eindejaarspremie is sectoraal of bedrijfsmatig geregeld en volgt meestal je werkregime, dus ook die uitkering daalt pro rata wanneer je minder gaat werken.
Veelgestelde vragen over salaris berekenen minder werken
Wat is het belangrijkste om te weten over salaris berekenen minder werken?
Je netto salaris daalt niet simpelweg evenredig: uurloon, parttimepercentage en salarisschaal, maar ook toeslagen (onregelmatigheid/ploegen), reiskosten, belastingen en heffingskortingen bewegen mee. Denk aan vakantiegeld, pensioenopbouw, verlofrechten en landenregels (NL: minimumuurloon/8%; BE: RSZ/13e maand).
Hoe begin je het beste met salaris berekenen minder werken?
Start met je contract en CAO: bepaal fulltime-uren en schaal, bereken parttimepercentage (bijv. 28/36), pas uurloon en toeslagen toe, maak een bruto-netto berekening inclusief loonheffingskorting/RSZ. Check minimumuurloon, 8% vakantiegeld, pensioenopbouw en verlof.
Wat zijn veelgemaakte fouten bij salaris berekenen minder werken?
Vallen: denken dat alles lineair schaalt; toeslagen, reiskosten en overwerk vergeten; loonheffingskorting dubbel toepassen of stopzetten; vakantiegeld, pensioen, verlofsaldo en minimumuurloon negeren; onregelmatige roosters/min-max-contracten onderschatten; Belgische barema’s/RSZ of Nederlandse 8%-regel verkeerd toepassen.