Hoeveel Nederlanders zijn er eigenlijk? Ontdek wie je meetelt (inwoners, nationaliteit, herkomst), waar mensen wonen – van Randstad tot krimpregio – en waarom de groei vooral door migratie komt. Je krijgt een helder beeld van de stand nu, de vergrijzende toekomst en wat dat betekent voor wonen, zorg en onderwijs.

Wie rekenen we tot ‘nederlanders’
Als je vraagt hoeveel Nederlanders er zijn, is het eerst belangrijk om te bepalen wie je precies meetelt. Je kunt kijken naar inwoners: iedereen die officieel in Nederland woont en staat ingeschreven, inclusief mensen op Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Dat is de gebruikelijke betekenis als je het over de bevolkingsomvang hebt. Je kunt ook uitgaan van nationaliteit: iedereen met een Nederlands paspoort, óók als die persoon in het buitenland woont. Denk aan studenten in Berlijn, pensionado’s in Spanje of kinderen van Nederlandse ouders die tijdelijk in Dubai wonen. Een derde invalshoek is herkomst. Dan kijk je naar achtergrond: mensen met een Nederlandse herkomst (beide ouders in Nederland geboren) en mensen met een migratieachtergrond, eerste generatie (zelf in het buitenland geboren) of tweede generatie (in Nederland geboren met ten minste één in het buitenland geboren ouder).
Nationaliteit en herkomst lopen niet altijd gelijk: je kunt een migratieachtergrond hebben en toch gewoon de Nederlandse nationaliteit, of juist geen Nederlands paspoort en wél in Nederland wonen. Ook dubbele nationaliteit komt voor. Welke definitie je kiest, maakt het cijfer anders: als je inwoners telt, tel je geen Nederlanders die in het buitenland wonen mee; als je nationaliteit telt, wel. Door vooraf helder te kiezen, vergelijk je cijfers op een eerlijke manier.
Ingezetenen versus nationaliteit: wat telt mee
Deze vergelijking laat zien wat het verschil is tussen tellen op basis van ingezetenen (wie in Nederland woont) en tellen op basis van Nederlandse nationaliteit (wie een NL-paspoort heeft), en welke keuze past bij de vraag “hoeveel Nederlanders?”.
| Aspect | Ingezetenen (CBS-bevolking) | Nederlandse nationaliteit | Wat telt mee bij “hoeveel Nederlanders”? |
|---|---|---|---|
| Definitie | Personen ingeschreven in de BRP met woonadres in een Nederlandse gemeente (verblijfsverwachting 4 maanden binnen 6 maanden). | Personen met de Nederlandse nationaliteit (enkelvoudig of meervoudig), ongeacht woonland. | Inwonertal van Nederland: ingezetenen. Wereldwijd aantal Nederlanders: nationaliteit. |
| Wie telt mee | Alle nationaliteiten die in NL wonen en in de BRP staan (bijv. EU-werknemers, studenten, vergunninghouders). | Nederlanders in NL én Nederlanders in het buitenland; ook met dubbele nationaliteit. | “Nederlanders in NL” = snijvlak: ingezetenen met NL nationaliteit. |
| Wie valt buiten | Toeristen, kortverblijvers (<4 mnd), de meeste asielzoekers zonder BRP-inschrijving, Nederlanders die in het buitenland wonen. | Inwoners zonder NL nationaliteit (ook al wonen ze hier); personen die het Nederlanderschap hebben verloren. | Gemeentelijke/populatiecijfers tellen geen Nederlanders in het buitenland mee; nationaliteitscijfers tellen geen niet-Nederlanders mee. |
| Registratie/bron | BRP (gemeenten); publicaties van CBS over “Bevolking”. | BRP (inwoners) + RNI (niet-ingezetenen). Registratie in RNI/Nederlandwereldwijd is niet verplicht, dus totaal Nederlanders in het buitenland is een schatting. | In CBS-tabellen is “Bevolking” standaard ingezetenen; “Nederlandse nationaliteit” is een uitsplitsing binnen die bevolking. |
| Voorbeeld | Kind met Duitse nationaliteit in Amsterdam telt mee als inwoner. | Nederlander woonachtig in Spanje telt mee als Nederlander op basis van nationaliteit, niet als inwoner van NL. | Het antwoord op “hoeveel Nederlanders?” verschilt sterk per definitie; specificeer altijd de telwijze. |
Kortom: voor de vraag “hoeveel mensen wonen in Nederland?” gebruik je ingezetenen; wil je “hoeveel Nederlanders (met een NL-paspoort) zijn er wereldwijd?”, dan tel je op basis van nationaliteit. Benoem de definitie expliciet om misverstanden te voorkomen.
Als je inzet op ingezetenen, tel je iedereen die officieel in Nederland woont en in de Basisregistratie Personen (BRP) staat ingeschreven met een verblijfsduur van 4 maanden of langer. Dat is inclusief mensen zonder Nederlands paspoort en inclusief Caribisch Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba). Je sluit daarmee kortverblijvers en niet-geregistreerde bewoners uit. Kies je voor nationaliteit, dan ga je uit van iedereen met de Nederlandse nationaliteit, óók als die in het buitenland woont.
Je telt dan Nederlanders in Brussel of Barcelona mee, maar laat niet-Nederlandse ingezetenen in Amsterdam buiten beschouwing. Dubbele nationaliteit telt gewoon mee als Nederlands. Voor beleid over wonen, zorg en onderwijs is de ingezetenen-definitie het meest relevant; wil je iets zeggen over de diaspora, dan past de nationaliteitsdefinitie beter. Vergelijk cijfers alleen binnen dezelfde afbakening.
Herkomstgroepen: eerste en tweede generatie
Als je herkomstgroepen gebruikt, zoom je niet in op paspoorten maar op achtergrond. Eerste generatie betekent dat je zelf in het buitenland bent geboren en later naar Nederland bent gekomen. Tweede generatie betekent dat je in Nederland bent geboren, met ten minste één in het buitenland geboren ouder. Het herkomstland wordt afgeleid uit het geboorteland van jou en je ouders, en zegt dus niets direct over je nationaliteit: je kunt tot een herkomstgroep horen en toch gewoon de Nederlandse nationaliteit hebben.
Deze indeling helpt om verschillen in leeftijdsopbouw, migratie, taal en woonlocatie te begrijpen. Zo kun je beter verklaren waarom aantallen groeien of krimpen, en vergelijk je samenstelling en trends op een consistente manier.
[TIP] Tip: Hanteer CBS-definitie; bekijk actuele aantallen in StatLine.

Hoeveel nederlanders zijn er nu
Vraag je hoeveel Nederlanders er nu zijn, dan gaat het meestal om het aantal inwoners: iedereen die in Nederland staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen, inclusief Caribisch Nederland. Op die telwijze gaat het om rond de 18 miljoen mensen, en dat aantal verandert elke dag door geboorten, sterfgevallen, immigratie en emigratie. De afgelopen jaren kwam de groei vooral door migratie (werk, studie, gezinsvorming en asiel), terwijl het natuurlijke saldo vaak klein of zelfs negatief was door vergrijzing. Let op: kies je voor nationaliteit in plaats van ingezetenen, dan ziet het cijfer er anders uit.
Je telt dan ook Nederlanders met een paspoort die in het buitenland wonen mee, en laat niet-Nederlandse inwoners van Nederland buiten beschouwing. In beide gevallen geldt dat kortverblijvers en niet-geregistreerde personen niet in de officiële stand zitten. Omdat de cijfers maandelijks worden bijgewerkt, is het slim om altijd te checken welke peildatum en definitie je gebruikt voordat je trends of regio’s met elkaar vergelijkt.
Totaal aantal inwoners en recente trend
Kijk je naar het totale aantal inwoners, dan gaat het om iedereen die in de Basisregistratie Personen staat, inclusief Caribisch Nederland. Het totaal ligt op ruim 18 miljoen en groeit nog steeds, maar minder hard dan in 2022 toen de migratiepiek voor extra instroom zorgde. Sindsdien zie je een gematigdere groei: het natuurlijke saldo is klein of negatief door minder geboorten en meer sterfte door vergrijzing, terwijl migratie het belangrijkste groeikanaal blijft.
Seizoenseffecten spelen mee, zoals de jaarlijkse piek rond de start van het studiejaar. Omdat cijfers doorlopend worden bijgewerkt en vaak voorlopig zijn, check je altijd de peildatum. Vergelijk je jaren of regio’s, gebruik dan dezelfde afbakening en dezelfde periode om schijnschommelingen te voorkomen.
Demografische motoren: geboorte, sterfte, migratie
De bevolkingsgroei hangt af van drie motoren: hoeveel kinderen er worden geboren, hoeveel mensen overlijden en hoeveel mensen erbij komen of weggaan door migratie. Geboorte min sterfte noem je het natuurlijke saldo; dat saldo is door vergrijzing en lagere vruchtbaarheid klein of soms negatief. Migratie levert het grootste deel van de groei: internationale studenten, arbeidsmigranten en gezinsmigratie zorgen voor instroom, terwijl vertrek van Nederlanders en andere ingezetenen het saldo weer dempt.
Schommelingen zie je snel terug, bijvoorbeeld rond de start van het studiejaar of bij economische veranderingen en internationale conflicten. Belangrijk detail: alleen wie langer dan vier maanden blijft en in de BRP staat, telt mee. Zo begrijp je waarom de stand van het aantal inwoners per maand kan verschillen.
Samenstelling naar nationaliteit en herkomst
Kijk je naar de samenstelling, dan zie je twee indelingen die elkaar aanvullen. Naar nationaliteit heeft de grote meerderheid de Nederlandse nationaliteit, met daarnaast een kleinere maar groeiende groep mensen met een andere of dubbele nationaliteit. Naturaliseert iemand, dan verandert de nationaliteit, maar de herkomst blijft gelijk. Naar herkomst onderscheid je mensen met Nederlandse herkomst en mensen met een migratieachtergrond, verdeeld in eerste en tweede generatie.
De tweede generatie groeit en is gemiddeld jonger, wat je terugziet in scholen en starters op de woningmarkt. In steden wonen relatief meer inwoners met een migratieachtergrond, terwijl in veel dorpen de samenstelling traditioneler is. Als je cijfers vergelijkt, check je altijd of het om nationaliteit of herkomst gaat, zodat je geen appels met peren vergelijkt.
[TIP] Tip: Check de CBS Bevolkingsklok voor het actuele aantal Nederlanders.

Waar wonen nederlanders
De meeste Nederlanders wonen in stedelijke regio’s met veel banen en voorzieningen. De Randstad – het gebied rond Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht – is het dichtstbevolkt en groeit door studie- en werkgelegenheid. Ook Brabantse en Gelderse steden zoals Eindhoven, Tilburg en Nijmegen trekken aan, terwijl middelgrote gemeenten in de buurt van OV-knooppunten hard meegroeien. In krimpregio’s (gebieden met bevolkingsdaling) zoals delen van Groningen, Limburg, Zeeland en de Achterhoek is de trend vaak tegenovergesteld door vergrijzing en wegtrekkende jongeren. Steden hebben gemiddeld een jongere bevolking, meer studenten en starters, en een grotere mix aan herkomsten; dorpen zijn ouder en hechter, met meer doorstroming naar eengezinswoningen zodra gezinnen groeien.
Woningaanbod, betaalbaarheid en bereikbaarheid sturen deze bewegingen: waar nieuwbouw en goede treinverbindingen zijn, volgt vaak groei. Naast Europees Nederland wonen er ook Nederlanders in Caribisch Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba). Kijk je juist naar Nederlanders met een paspoort, dan vind je grote groepen in buurlanden en internationale hubs zoals Londen en Barcelona.
Spreiding per provincie en regio
De bevolking is ongelijk verdeeld over het land. Zuid-Holland telt de meeste inwoners, gevolgd door Noord-Holland en Noord-Brabant; Gelderland is groot in oppervlakte maar minder dichtbevolkt. De dichtheid piekt in de Randstad met stedelijke linten rond Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht, terwijl Zeeland, Drenthe en delen van Friesland en Groningen juist laagdicht zijn. Groeipunten vind je langs sterke economische assen: de Utrechtse corridor, Flevoland (Almere en Lelystad), de Brabantse stedenrij rond Eindhoven, Tilburg en Breda, en de regio Arnhem-Nijmegen.
In krimpregio’s zoals Oost-Groningen, Zeeuws-Vlaanderen en Zuid-Limburg daalt of stagneert het inwonertal door vergrijzing en vertrek van jongeren. Bereikbaarheid, woningbouw en werkgelegenheid bepalen waar je de komende jaren de meeste groei ziet.
Steden versus platteland: concentratie en krimp
In steden stapelt de bevolking zich op, omdat je er studie, werk, cultuur en openbaar vervoer bij elkaar vindt. Jongeren, starters en internationale studenten trekken naar de Randstad en grotere regiosteden, waardoor je daar een jongere, diverse mix krijgt. Het platteland vergrijst sneller en verliest vaak jongeren, wat leidt tot krimp of stilstand, vooral in perifere gebieden. Tegelijk zie je dat hoge woningprijzen en krapte je vanuit de binnenstad naar randgemeenten en middelgrote plaatsen duwen, zeker als je een gezin krijgt.
Dorpen met goede treinverbindingen of nieuwbouw weten zo toch te groeien. Thuiswerken verzacht de afstand, maar de structurele trend blijft: concentratie in en rond stedelijke knooppunten, krimp waar bereikbaarheid en banen achterblijven.
Nederlanders in het buitenland: grootste gemeenschappen
De grootste Nederlandse gemeenschappen in het buitenland vind je vooral dichtbij huis, met daarnaast een paar duidelijke hubs verder weg. De motieven lopen uiteen van werk en studie tot levenskwaliteit en internationale carrières.
- Buurlanden en VK: in Duitsland en België wonen veel Nederlanders net over de grens voor werk, studie en betaalbare woningen; het Verenigd Koninkrijk blijft een trekker (vooral Londen en regio’s met internationale banen), al is de instroom na Brexit afgezwakt.
- Zuid-Europa: Spanje is populair bij pensionado’s en thuiswerkers, met concentraties aan de costa’s en rond steden als Barcelona en Valencia.
- Overzee: flinke gemeenschappen in de Verenigde Staten en Canada, aangevuld met historische groepen in Australië en Nieuw-Zeeland; ook in de Caribische delen van het Koninkrijk, zoals Aruba en Curaçao, woont een zichtbare groep.
Exacte aantallen verschillen per land en bron, omdat registratie en uitschrijving niet overal hetzelfde is. Daardoor kunnen de schattingen in de tijd verschuiven.
[TIP] Tip: Gebruik CBS StatLine voor actuele inwoneraantallen per gemeente en wijk.

Vooruitblik: hoe ontwikkelt het aantal
Kijk je vooruit, dan blijft de bevolking op korte termijn nog groeien, vooral omdat migratie de motor is terwijl het aantal geboorten laag blijft en sterfte door vergrijzing toeneemt. De gemiddelde leeftijd loopt op, de levensverwachting stijgt langzaam, en het natuurlijke saldo blijft klein of negatief. Daardoor bepaalt de omvang en samenstelling van migratie – werk, studie, gezinsvorming en asiel – hoe hard het totaal nog groeit. Naarmate grote naoorlogse cohorten ouder worden, zie je een verschuiving naar meer een- en tweepersoonshuishoudens, wat extra druk geeft op de woningvraag ook als de bevolkingsgroei afvlakt.
Regionaal verwacht je aanhoudende concentratie in en rond economische knooppunten, terwijl krimpregio’s moeite houden om jongeren vast te houden. Beleidskeuzes rond woningbouw, studie- en arbeidsmigratie en grenspendel kunnen de trend dempen of versterken, maar draaien de vergrijzing niet terug. Per saldo ligt een scenario voor de hand waarbij het inwonertal nog toeneemt en daarna stabiliseert op een hoger niveau, met een ouder wordende bevolking en blijvend belang van internationale instroom. Dat vraagt om plannen die niet alleen op aantallen sturen, maar ook op samenstelling en regionale balans.
Prognoses voor groei en vergrijzing
De vooruitzichten laten zien dat de bevolking op korte termijn nog groeit, vooral door migratie, terwijl het natuurlijke saldo klein of negatief blijft. Daarna vlakt de groei naar verwachting af en hangt het totaal sterk af van studie- en arbeidsmigratie. Tegelijk vergrijst Nederland door de naoorlogse geboortegolven die de hogere leeftijden bereiken. Het aandeel 65-plussers stijgt richting een kwart van de bevolking rond de jaren 30, en het aantal 80-plussers neemt stevig toe.
Dat vertaalt zich in meer zorgvraag, meer een- en tweepersoonshuishoudens en extra druk op passende, levensloopbestendige woningen. Steden blijven gemiddeld jonger dan plattelandsregio’s, waar vergrijzing sneller doorzet. Voor je economische draagkracht worden arbeidsdeelname, scholing, productiviteit en de instroom van werkenden steeds bepalender.
Scenario’s voor migratie en woningbouw
Hoe het aantal inwoners zich ontwikkelt, hangt sterk af van twee knoppen: migratie en woningbouw. In een hoog-migratiescenario groeien steden en randgemeenten sneller door instroom van studenten, arbeidsmigranten en gezinsmigratie; je ziet dan meer druk op starterswoningen en kamers, en kortere huishoudens houden de vraag hoog. In een laag-migratiescenario vlakt de groei af, maar blijft de vraag naar passende woningen groot door vergrijzing en meer alleenstaanden.
De woningbouw bepaalt hoeveel van die vraag je echt kunt opvangen: hoge productie rond OV-knooppunten en binnenstedelijke verdichting remt prijsdruk en spreidt de groei, terwijl uitblijvende bouw leidt tot verdringing en langere wachttijden. Let op de vertraging tussen plan en oplevering; tijdelijke huisvesting, transformatie en doorstroming kunnen die periode overbruggen.
Impact op zorg, onderwijs en wonen
Vergrijzing en migratie schuiven de vraag in drie domeinen. In de zorg stijgt het aantal 80-plussers en chronische aandoeningen, terwijl het aanbod van personeel krap blijft; je hebt daarom meer wijkzorg, preventie, digitale ondersteuning en combinaties van wonen en zorg nodig. In het onderwijs lopen leerlingaantallen uiteen: krimpregio’s krijgen te maken met samenvoegingen en leegstand, stedelijke regio’s met capaciteitsdruk, lerarentekorten en extra taalondersteuning, terwijl internationale studenten pieken veroorzaken rond campussen.
Op de woningmarkt groeit het aandeel één- en tweepersoonshuishoudens, waardoor de vraag verschuift naar betaalbare, compacte en levensloopbestendige woningen; doorstroming, transformatie en tijdelijke oplossingen helpen, maar het bouwtempo en locaties bij OV-knooppunten maken het verschil. Omdat verschillen per regio groot zijn, plan je gericht per gebied en tijdshorizon.
Veelgestelde vragen over hoeveel nederlanders
Wat is het belangrijkste om te weten over hoeveel nederlanders?
‘Nederlanders’ kun je tellen als ingezetenen (woonachtig in Nederland, ongeacht paspoort) of als bezitters van de Nederlandse nationaliteit. Het CBS onderscheidt ook herkomstgroepen (eerste/tweede generatie), en analyseert aantallen, demografische motoren en spreiding.
Hoe begin je het beste met hoeveel nederlanders?
Kies eerst je definitie (ingezetenen, nationaliteit, of herkomstgroepen). Haal vervolgens actuele cijfers bij CBS StatLine: totale bevolking, geboorten, sterfte, migratiesaldo, nationaliteiten en regionale spreiding. Visualiseer per provincie/gemeente, vergelijk steden-platteland, en neem prognoses mee.
Wat zijn veelgemaakte fouten bij hoeveel nederlanders?
Veelgemaakte fouten: ingezetenen en nationaliteit door elkaar gebruiken, eerste/tweede generatie negeren, verouderde cijfers gebruiken, flows en voorraden verwarren, stedelijke concentratie overschatten, Nederlandse emigranten vergeten, prognoses letterlijk nemen zonder scenario’s en onzekerheidsmarges.