Saturday, January 10

Ontdek hoe de hoogte van je WW-uitkering wordt berekend en wat dit voor jou betekent

Benieuwd hoeveel WW je krijgt? We leggen helder uit hoe UWV je dagloon en maandbedrag bepaalt-van sv-loon en dagloongrens tot de percentages (eerst 75%, daarna 70%), bruto naar netto, vakantiegeld en de duur op basis van je arbeidsverleden. Met een rekenvoorbeeld, snelle checks en tips over werken naast WW en wat je aan UWV moet doorgeven, kun je zó je eigen bedrag inschatten.

Hoe wordt je WW-bedrag berekend

Hoe wordt je WW-bedrag berekend

Je WW-bedrag wordt vastgesteld door UWV op basis van je dagloon, het gemiddelde loon waarover je sociale premies zijn betaald (het sv-loon). UWV kijkt naar het sv-loon in de referteperiode van de laatste 12 maanden vóór je werkloosheid en deelt dat door 261 om je dagloon te bepalen. Daarbij geldt een wettelijke dagloongrens: zit je hierboven, dan telt het meerdere niet mee, waardoor je uitkering nooit boven het maximum uitkomt. Vanuit het dagloon berekent UWV je uitkering per dag en vertaalt die naar een maandbedrag. In de eerste twee maanden krijg je een hoger percentage van je dagloon dan daarna (eerst 75%, daarna 70%). Structurele loonbestanddelen zoals vaste toeslagen en een eindejaarsuitkering tellen mee in het sv-loon, onkostenvergoedingen niet.

Je bouwt over je uitkering 8% vakantiegeld op, dat meestal in mei of bij beëindiging wordt uitbetaald. Het brutobedrag verandert niet door belastingen, maar je nettobedrag wel: je kunt kiezen of UWV de loonheffingskorting toepast, wat direct invloed heeft op wat je ontvangt. Verlies je niet al je uren, dan wordt je WW naar rato berekend op basis van het aantal uren dat je bent kwijtgeraakt. Is je WW erg laag, dan kun je mogelijk een aanvulling krijgen via de Toeslagenwet om tot het sociaal minimum te komen. Wil je zelf een inschatting maken, dan kun je met je recente loonstroken je sv-loon optellen, door 261 delen en de percentages toepassen.

Dagloon en maandloon: basis van je uitkering

Je WW begint bij je dagloon: het gemiddelde loon waarover je premies hebt betaald (sv-loon) in de referteperiode, gedeeld door 261. Boven de wettelijke dagloongrens telt inkomen niet mee, waardoor je dagloon en dus je uitkering gemaximeerd zijn. Vanuit dat dagloon berekent UWV je uitkering per dag: in de eerste twee maanden 75% van je dagloon, daarna 70%. Dat dagbedrag wordt vervolgens omgerekend naar een maandbedrag door te kijken naar het aantal uitkeringsdagen in die maand (meestal 21 tot 23 werkdagen).

Vaste loonbestanddelen zoals ploegentoeslag of een dertiende maand tellen in principe mee in je sv-loon, onkostenvergoedingen niet. Je bouwt 8% vakantiegeld op over je WW. Het bedrag dat je op je rekening krijgt, hangt netto af van belastingen en of je de loonheffingskorting laat toepassen.

Percentages per periode en dagloongrens (minimum en maximum)

Onderstaande vergelijking laat zien welke WW-percentages per periode gelden en hoe de dagloongrens je minimale en maximale uitkering begrenst.

Wat wordt vergeleken Percentage WW Grens (min/max) Uitleg/impact
Eerste 2 maanden 75% van je dagloon Max: 75% van het UWV-maximumdagloon Je ontvangt 75% van je (begrensde) dagloon; verdien je boven het maximumdagloon, dan krijg je geen WW over het meerdere.
Vanaf maand 3 (restduur) 70% van je dagloon Max: 70% van het UWV-maximumdagloon Na 2 maanden daalt de uitkering naar 70%; het maximumdagloon blijft de bovengrens voor de berekening.
Dagloongrens (maximum) UWV-maximumdagloon (halfjaarlijks vastgesteld) Je berekende dagloon wordt nooit hoger vastgesteld dan dit plafond; daarmee is ook je WW per periode begrensd.
Minimum (ondergrens) Geen wettelijk minimum voor WW De WW is gebaseerd op je eigen (SV-)dagloon; bij lage lonen kan de WW onder het minimumloon liggen. Vakantiegeld (8%) wordt apart opgebouwd.

Kort gezegd: eerst 75%, daarna 70% van je dagloon, met als harde bovengrens het door UWV vastgestelde maximumdagloon en zonder wettelijk minimum. Check voor bedragen altijd het actuele maximumdagloon bij UWV.

Je WW volgt vaste percentages per periode: in de eerste twee maanden krijg je 75% van je dagloon, daarna 70%. Dat percentage wordt toegepast op het deel van je loon waarover je premies betaalde en dat binnen de wettelijke dagloongrens valt. Die dagloongrens is een jaarlijks vastgesteld maximumdagloon; alles wat je boven die grens verdiende telt niet mee, waardoor ook je WW een maximum heeft.

Er is geen apart wettelijk minimumbedrag voor WW: is je uitkering samen met andere inkomsten lager dan het sociaal minimum, dan kun je mogelijk een aanvulling via de Toeslagenwet krijgen. Verdien je slechts een deel van je uren niet meer, dan past UWV dezelfde percentages toe op het deel van je dagloon dat hoort bij de verloren uren.

Bruto en netto: loonheffingskorting en belastingen

Je bruto WW ontstaat uit je dagloon en het bijbehorende percentage. Van dat brutobedrag houdt UWV loonheffing in: loonbelasting en premies voor de volksverzekeringen. Ontvang je WW, dan wordt meestal ook de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet ingehouden op je uitkering. Of je netto hoger of lager uitvalt, hangt sterk af van de loonheffingskorting. Die mag je maar bij één uitbetaler tegelijk laten toepassen.

Krijg je alleen WW, dan kies je vaak voor toepassing bij UWV; heb je daarnaast nog loon of pensioen, laat de korting daar staan en zet die bij UWV uit, anders loop je kans op bijbetalen. Over vakantiegeld en eenmalige nabetalingen past UWV het bijzondere tarief toe, waardoor je netto kan afwijken. Tot slot kan je netto per maand schommelen door het aantal uitkeringsdagen.

[TIP] Tip: Bereken 75% eerste 2 maanden; daarna 70% van dagloon.

Zelf je WW berekenen: stappen en voorbeeld

Zelf je WW berekenen: stappen en voorbeeld

Wil je snel zelf je WW inschatten? Met dit stappenplan en voorbeeld kom je tot een realistisch bruto maandbedrag.

  • Stappenplan: tel je SV-loon van de 12 maanden vóór je eerste dag werkloos op, deel door 261 voor je dagloon, pas zo nodig de wettelijke dagloongrens toe, bereken je daguitkering (eerste 2 maanden 75% van je dagloon, daarna 70%) en vermenigvuldig met het aantal uitkeringsdagen in de maand (meestal 21-23). Dit is een bruto bedrag; netto hangt af van loonheffingskorting en belastingen.
  • Rekenvoorbeeld: totaal SV-loon 12 maanden = 36.000 -> dagloon = 36.000 / 261 137,93 (onder voorbehoud van de dagloongrens). Maand 1-2: daguitkering 75% × 137,93 = 103,45 -> bij 22 uitkeringsdagen 2.276 bruto (bij 21 dagen 2.172). Vanaf maand 3: 70% × 137,93 = 96,55 -> bij 22 dagen 2.124 bruto.
  • Snelle checks en veelgemaakte fouten: vergeet de dagloongrens niet; reken met de juiste 12-maandsperiode direct vóór je werkloosheid; verwissel uitkeringsdagen niet met kalenderdagen; haal SV-loon niet door elkaar met je totaal loon; vergelijk bruto niet met netto; houd rekening met schommelingen (21-23 uitkeringsdagen per maand).

Gebruik dit als schatting; UWV rondt en toetst altijd aan de officiële regels en grenzen. Twijfel je? Reken nog een keer na met je eigen cijfers of check de nieuwste dagloongrens bij UWV.

Stappenplan: van SV-loon naar dagloon en bruto per maand

Start met je sv-loon: tel het loon waarover premies zijn betaald in de laatste 12 maanden bij elkaar, inclusief vaste toeslagen en bijvoorbeeld je dertiende maand, maar zonder onkostenvergoedingen. Deel dit totaal door 261 om je dagloon te krijgen en check of het niet boven het wettelijk maximumdagloon uitkomt; zo ja, gebruik je de grens. Bepaal vervolgens je uitkeringsdagbedrag: in de eerste twee maanden 75% van je dagloon, daarna 70%.

Reken dit om naar een bruto maandbedrag door te vermenigvuldigen met het aantal uitkeringsdagen in de maand (meestal 21 tot 23). Ben je maar een deel van je uren kwijt, pas dan dezelfde stappen toe op het deel van je loon dat hoort bij de verloren uren. Over je WW bouw je 8% vakantiegeld op.

Rekenvoorbeeld dat je kunt volgen

Stel: je sv-loon over de laatste 12 maanden is 39.000. Je dagloon is dan 39.000 ÷ 261 149,43. In de eerste twee maanden krijg je 75%: ongeveer 112,07 per dag. Met 22 uitkeringsdagen in een maand kom je dan ruwweg op 2.466 bruto. Vanaf maand drie geldt 70%: 104,60 per dag, dus bij 22 dagen circa 2.301 bruto. Heeft je berekende dagloon de wettelijke dagloongrens overschreden, dan reken je met die grens en vallen de bedragen lager uit.

Ben je niet al je uren kwijt, dan reken je naar rato met het deel dat je bent verloren. Let erop dat het aantal uitkeringsdagen per maand kan schommelen en dat je over je WW 8% vakantiegeld opbouwt.

Snelle checks en veelgemaakte fouten bij “bereken hoogte WW”

Wil je snel testen of je berekening klopt, check dan eerst of je rekent met je sv-loon van de laatste 12 maanden en niet met je volledige brutoloon inclusief onkosten. Deel door 261 voor je dagloon en pas vervolgens de juiste percentages toe: 75% voor de eerste twee maanden, daarna 70%, en let op de wettelijke dagloongrens als maximum. Reken je maandbedrag op basis van uitkeringsdagen, niet kalenderdagen, en vergeet niet dat je 8% vakantiegeld opbouwt maar dit meestal later krijgt.

Veelgemaakte fouten zijn toeslagen of een dertiende maand vergeten, onkostenvergoeding meenemen, het verschil tussen bruto en netto negeren, dubbele loonheffingskorting toepassen en geen rekening houden met urenverlies of inkomstenverrekening als je (deels) blijft werken.

[TIP] Tip: Gebruik loonstrook en UWV-rekentool; reken 75%/70% met maximumdagloon.

Duur van je WW en invloed op het maandbedrag

Duur van je WW en invloed op het maandbedrag

Hoe lang je WW duurt, hangt af van je arbeidsverleden en is gemaximeerd op 24 maanden. Je bouwt recht op per gewerkt jaar, waardoor je in de praktijk vaak tussen 3 en 24 maanden WW krijgt. Die duur zegt niet alles over je maandbedrag: in de eerste twee maanden ontvang je 75% van je dagloon en vanaf maand drie 70%, waardoor je uitkering automatisch lager wordt. Ook het aantal uitkeringsdagen in een maand kan het bedrag laten schommelen. Ben je niet al je uren kwijt, dan krijg je WW naar rato van je urenverlies.

Ga je (deels) werken tijdens WW, dan verrekent UWV je inkomsten en kan je maandbedrag dalen, maar je recht kan wél langer doorlopen omdat je minder WW verbruikt. Verder geldt een wettelijk maximumdagloon; zit je daarboven, dan is je uitkering gemaximeerd. Over je WW bouw je 8% vakantiegeld op, meestal uitbetaald in mei of bij einde uitkering. Is je inkomen erg laag, dan kan de Toeslagenwet aanvullen tot het sociaal minimum.

Recht op WW: arbeidsverleden en maximumduur

Je recht op WW begint als je door werkverlies minstens 5 uur per week (of de helft van je uren) kwijtraakt en in 26 van de 36 weken vóór je werkloosheid hebt gewerkt (de wekeneis). De duur hangt af van je arbeidsverleden en kent een maximum van 24 maanden. Voldoe je alleen aan de wekeneis, dan krijg je 3 maanden WW. Voldoe je óók aan de jareneis (in 4 van de 5 voorafgaande kalenderjaren loon uit arbeid ontvangen), dan telt UWV je arbeidsverleden mee: voor de eerste 10 jaren bouw je 1 maand WW per jaar op, daarna 0,5 maand per jaar, tot maximaal 24 maanden.

UWV kijkt per kalenderjaar of je loon ontving; onvolledige jaren tellen niet als heel jaar mee.

Werken tijdens WW of starten met ondernemen: verrekening en aanvulling

Ga je (deels) werken terwijl je WW krijgt, dan moet je je uren en inkomsten direct doorgeven. UWV verrekent die inkomsten met je uitkering, waardoor je WW in die maanden lager is. Werk je minder uren dan voorheen, dan vult de WW aan voor het deel dat je kwijt bent; doordat je minder uitkering gebruikt, kan je recht soms langer doorlopen. Wil je starten als ondernemer, dan kun je (met toestemming) kiezen voor een startperiode van 26 weken: je uitkering wordt dan met een vast percentage verlaagd en je inkomsten uit je bedrijf worden in die periode niet verrekend.

Na de startperiode rekent UWV weer mee met je gewerkte uren en/of inkomsten. Kom je door verrekening onder het sociaal minimum, dan kan de Toeslagenwet tijdelijk aanvullen.

Vakantiegeld en vaste toeslagen: wat telt mee in het dagloon

Je dagloon is gebaseerd op je sv-loon in de 12 maanden vóór je werkloosheid. Daarbij telt mee wat als loon is verloond en premieplichtig is: uitbetaald vakantiegeld, vaste toeslagen (zoals ploegentoeslag en onregelmatigheidstoeslag), een dertiende maand of eindejaarsuitkering en structurele vergoedingen die je standaard krijgt. Onkostenvergoedingen, netto reiskosten en andere belastingvrije vergoedingen tellen niet mee.

Is vakantiegeld of een bonus in die periode uitbetaald, dan zit het in je sv-loon; is het niet uitbetaald, dan telt het niet mee voor je dagloon. Alles wordt meegenomen tot aan het wettelijk maximumdagloon. Let op: over je WW bouw je opnieuw 8% vakantiegeld op, maar dat staat los van de berekening van je dagloon en wordt meestal later uitgekeerd.

[TIP] Tip: Gebruik UWV-rekentool: arbeidshistorie bepaalt duur, dagloon bepaalt maandbedrag.

Wat je moet doorgeven om je WW correct te houden

Wat je moet doorgeven om je WW correct te houden

Om je WW correct te houden, geef je op tijd alle wijzigingen door die je recht of bedrag kunnen beïnvloeden. Dit zijn de belangrijkste situaties om te melden:

  • Uren en inkomsten uit werk: vul maandelijks je Inkomstenopgave in, inclusief oproepdiensten, extra/overwerk, fooien en provisie; ook bij tijdelijk werk of een nulurencontract.
  • Starten als zzp’er of freelancen, en activiteiten die je beschikbaarheid raken: meld vooraf (en bespreek een startperiode), net als vrijwilligerswerk, stage of een opleiding.
  • Afwezigheid, ziekte en andere inkomsten: vakanties of verblijf in het buitenland vooraf doorgeven (WW kan deels/helemaal stoppen), ziekte direct melden, en ook pensioen/VUT/prepensioen of een ontslagvergoeding die als loon wordt verloond.

Melden doe je via Mijn UWV; zo voorkom je fouten en terugvorderingen. Twijfel je? Geef het toch door of neem contact op met UWV.

Wijzigingen in uren en inkomsten doorgeven

Zodra er iets verandert in je werk of inkomen, geef je dat direct door zodat je WW klopt. Start je (tijdelijk) met werk, pak je extra diensten op of wisselen je uren, vul dan in Mijn UWV je Inkomstenopgave in en noteer zowel de gewerkte uren als de bruto inkomsten. Meld ook overwerk, oproepuren, provisie of fooien, en stuur op verzoek je loonstrook mee. Krijg je loon doorbetaald tijdens vakantie of ontvang je een nabetaling, dan hoort dat er ook bij.

Begin je bij een nieuwe werkgever, pas je loonheffingskorting aan zodat je die niet dubbel gebruikt. Door tijdig en volledig te melden voorkom je dat UWV te veel betaalt en later moet terugvorderen of een boete oplegt, en blijft je uitkering afgestemd op je echte situatie.

Nieuw werk of bijverdienen: wanneer je bedrag verandert

Je WW-bedrag verandert zodra je (weer) gaat werken of wanneer je uren anders uitpakken dan UWV had ingeschat. Start je met een nieuwe baan, dan stopt je uitkering voor de uren die je werkt; bij volledige werkhervatting stopt je WW vanaf je eerste werkdag. Werk je deels, dan krijg je WW naar rato van je urenverlies en kan je recht langer doorlopen omdat je minder uitkeringsuren verbruikt.

Bij oproep- of nulurenbanen geef je maandelijks je werkelijk gewerkte uren door, waardoor je bedrag per maand kan schommelen. Ontvang je loon over vakantie- of overwerkuren, of krijg je een nabetaling, dan telt dat mee in de maand waarin je het ontvangt en kan je uitkering lager uitvallen. Stoppen je extra uren weer, dan loopt je WW-bedrag mee omhoog.

Veelgestelde vragen over hoeveel is een ww uitkering

Wat is het belangrijkste om te weten over hoeveel is een ww uitkering?

Je WW is gebaseerd op je dagloon (afgeleid van SV-loon) en omgerekend naar maandloon. Je krijgt 75% in de eerste twee maanden, daarna 70%. UWV hanteert een dagloongrens; netto hangt af van belastingen en heffingskorting.

Hoe begin je het beste met hoeveel is een ww uitkering?

Begin met je SV-loon (loonstroken/jaaropgave). Bereken dagloon via de UWV-dagloonmethode, check de dagloongrens, reken om naar maandloon en pas 75%/70% toe. Kies in Mijn UWV of loonheffingskorting geldt, en vergelijk met een voorbeeldberekening.

Wat zijn veelgemaakte fouten bij hoeveel is een ww uitkering?

Veelgemaakte fouten: netto met bruto verwarren, vaste toeslagen of vakantiegeld niet meenemen in SV-loon, dagloongrens vergeten, verkeerde loonheffingskorting kiezen, inkomsten/uren niet tijdig doorgeven, en geen rekening houden met verrekening bijwerken of ondernemen tijdens WW.